Nederlanders bungelen onderaan als het gaat om het meten van fitness en gezondheid via bijvoorbeeld een fitnesstracker. Slechts 13 procent van de Nederlanders zegt hier aan te doen, tegenover 45 procent van de Chinezen. Dat blijkt uit onderzoek van GfK.

Fitnesstrackers

Het marktonderzoeksbureau heeft onderzocht hoe het wereldwijd zit met het gebruik van fitnesstrackers. Ook zijn in het onderzoek andere monitoring-apparaten zoals hartslagmeters en bloeddrukmeters meegenomen. Nederlanders blijken er niet zo van te houden om hun gezondheidsgegevens door een apparaatje vast te laten leggen. GfK kon geen land vinden waar deze trackers minder in trek zijn dan in Nederland. Het wereldgemiddelde ligt op 33 procent.

China

Bijna driekwart van de Nederlandse ondervraagden zegt zelfs nooit de eigen conditie of gezondheid op wat voor manier dan ook te hebben gemeten. De Chinezen staan hiermee bovenaan. In Brazilië en de Verenigde Staten meet 29 procent van de bevolking de gezondheid en conditie via een mobiele applicatie zoals een app, hartslagmeter of een smartwatch. In de top vijf komen we verder Duitsland (28 procent) en Frankrijk (26 procent) tegen.

Om te motiveren

Meer dan de helft van de ondervraagden, 55 procent, meet de gezondheid en conditie om in vorm te blijven of de conditie te verbeteren. De helft zegt de meetapparatuur te gebruiken om zichzelf te motiveren. Iets meer dan een derde wil het energieniveau verhogen met behulp van een smartwatch of een app.

Jongeren lopen voorop

Van de Nederlanders die wel een fitnesstracker, app of smartwatch gebruiken, zijn jongeren degenen die dit het meest doen. De leeftijdsgroepen van 15 tot 19 jaar en van 20 tot 29 jaar lopen hiermee voorop. Hoe ouder een Nederlander is, hoe minder de kans dat er een app, smartwatch, fitnesstracker of een ander gezondheids-monitoringsapparaat wordt benut.